Inny teatr
Tadeusz Korna∂
W≥odzimierz Staniewski i O∂rodek Praktyk Teatralnych "Gardzienice"
Goddelijke vragen op het einde van de wereld

20 jaar theaterarcheologie in Gardzienice

Een gesprek met Wlodzimierz Staniewski

Twintig jaar geleden ontstond in een klein dorp, Gardzienici in het oosten van Polen, niet zo ver van Lublin, in een verwaarloosde zaal van de vroegere slotkapel uit de 17de eeuw, een nieuw theater. De stichter en leider van deze groep is Wlodzimierz Staniewski. Vandaag is het 'Centrum voor theaterpraktijken van Gardzienice' een van de meest interessante en eigenaardige Poolse theatergroepen.

Als uitgangsmateriaal en artistieke impuls voor de toneelstukken van Gardzienice dienen oude, vaak vergeten liederen. Uit deze liederen worden de handeling, de gebaren en de houding van de acteurs ontwikkeld. Een grote dynamiek, een hoog tempo, de virtuoze lichamelijke en theatrale uitdrukkingskracht en de muzikaliteit van de uitvoerders worden samengebracht tot een zeer precies theatraal en muzikaal gebeuren.

De vroegere opvoeringen van Gardzienice zijn ontstaan vanuit het bestuderen van nog "levende" liederen. De groep ging op "expeditie" in de meest afgelegen dorpen in het oosten van Polen - daar, waar nog tot op vandaag de relicten van de archaïsche muziek, de oude zeden en gewoonten bewaard zijn gebleven. Uit dit onderzoek ontstonden toneelstukken zoals 'Het Avondspektakel' (gebaseerd op 'Gargantua en Pantagruel' van Rabelais), 'Gusla' en het in de Grieks-orthodoxe cultuur gewortelde stuk 'Het Leven van de Protopope Awwakum'. Met de opvoering van 'Carmina Burana' verliet Gardzienice het oosterse cultuurgebied, hoewel de groep in zijn theateronderzoek en - fascinatie verknocht bleef aan het verleden.

Hun laatste werk, 'Metamorfozy', is gebaseerd op de tekst 'Metamorfosen of de Gouden Ezel' van Apulejus en de "Liederen uit Steen" (Staniewski), liederen uit het antieke Griekenland uit de periode tussen de vijfde en de tweede eeuw voor Christus. De belangstelling ging hier vooral uit naar de geest van de antieke mysteriŽn en het centrale mythisch-historische keerpunt: de oude Goden, Apollo en Dyonisos worden afgedankt, terwijl Christus hun plaats inneemt.

THEATERSCHRIFT: Aan het einde van de jaren '70, toen de maatscbappelijk-politieke opstand tegen het communisme vorm aannam, met als hoogtepunt de massastakingen aan de Oostzeekust, heb jij met jouw gezelschap de stad verlaten en je in de verre oostelijke provincie teruggetrokken, om in Gardzienice theater te maken.

WLODZIMIERZ STANIEWSKI: Ik ben er me inmiddels, na jaren, bewust van geworden, dat mijn weggaan en terugtrekking het gevolg was van een diepe, instinctieve nood om me tegen alles te verzetten waarmee we in deze tijd te maken hadden. Een aandrang van de geest en het hart tegen de toenmalige situatie van onrechtvaardigheid, agressie, onderdrukking, onoprechtheid en vernedering. Deze stap was als een sprong.

Waarom uitgerekend een sprong in de volkscultuur? Al jouw medewerkers kwamen uit de stad en waren in de stedelijke cultuur gevormd. Het poolse dorp, vooral in het oosten, was tamelijk achtergebleven.

Men moest weggaan, ver weg, en zich in een volledig andere context begeven van waaruit men kon verwensen, zich kon verzetten en protesteren tegen alles wat er in het officiŽle culturele en maatschappelijke leven gebeurde. En dan prikkelde het me ook als de tegenpool, de pool van het "Poolse Reservaat" -, deze, die reeds voor de poolse Romantici een sterke inspiratiebron was - een pool dus, die nog een authentieke, stevige bodem onder de voeten had, met zijn sinds eeuwen gekoesterde en niet ideologisch gecorrumpeerde waarden en zeden. Een pool, die zich tegen de volledige politieke structuur verzette waarin we toen leefden. Uitgerekend het dorp verdedigde het recht op eigendom en individualisme.

Jullie zijn op reis geweest., om voor dorpsbewoners te spelen, van wie er velen nooit een "echt" theater hebben gezien.

Deze reizen, onze "expedities", gaven ons een gevoel van groot geluk, van grote vrijheid en nieuwe energieŽn. Als kunstenaar had men toen steeds het gevoel tegen zichzelf te leven, omdat men zich ofwel moest verkopen ofwel onderwerpen aan een of andere maatschappelijke orde. Wij in Gardzienice, daarentegen, waren daarvan volledig vrij. Wij waren geïnteresseerd in de natuurlijke, organische manier waarop de dorpsbewoners zich wijdden aan hun dagelijks leven, hun dagelijkse rituelen en feestelijkheden. In ieder van deze handelingen vind je een sterk theatraal element terug, dat inspirerend werkt, op voorwaarde dat men het kan vertalen naar de moderne theatertaal.



Wlodzimierz Staniewski and Tanya Moodie

De theaterstukken van Gardzienice houden zich met verschillende cultuurkringen bezig. Na de opvoering van 'Gusla' [Dodencul-tus], geïnspireerd op de motieven van 'Dziady' [Voorvaderfeest] van Adam Mickiewicz, een van de grootste werken uit de poolse Romantiek, hebben jullie de aandacht gericht op de orthodoxe cultuur met 'Het Leven van de Protopope Awwakum', een werk uit de 17de eeuw.

Er bestaat hier een zekere paradox: de christelijke zowel als de orthodoxe cultuur worden in ons deel van Europa zeer sterk gekenmerkt door het monotheïsme. Tegelijkertijd echter krijgen we door het contact met de bevolking de indruk, dat diep in het innerlijke van de mensen het geloof sluimert, dat er naast die ene God tegelijk nog andere godheden bestaan. En wanneer je deze verborgen "geloofsstroom" volgt, dan wordt dat een reis in een interculturele tijdsruimte waarin de katholieke, orthodoxe en heidense elementen organisch in elkaar vloeien. Zo hebben we een Protopope Awwakum getoond, die God verwenst en hem tegelijk bezweert het hemelse gordijn weg te rukken, waarachter zich nog andere goden en krachten die de mens welgezind zijn verborgen houden.

In 'Carmina Burana' grijpen jullie terug op de Artussage en de mythe van Tristan en Isolde. Het was de eerste keer dat er geen pijnlijke roep vol verlangen naar God was. Tegelijk was het de periode waarin Gardzienice bekend werd. Jullie waren aanwezig op festivals in verschillende continenten.

We hadden succes, maar we maakten geen carrière. Na ons optreden in New York heb ik gezegd, dat we een theater zijn, dat vijf minuten bijval in bepaalde kringen kent, vervolgens vergeten en later opnieuw ontdekt wordt. En ik wil dat dit zo blijft.

'Carmina Burana' was een hymne aan de God van de Liefde. De drie jaren, waarin we aan het toneelstuk hebben gewerkt, stonden in het teken van de Liefde, doch we konden de God van de Liefde niet vinden. "Onze God" kwam niet bijzonder overeen met de volmaakte liefde en het verlangen, waarover de middeleeuwse goliarden, vaganten en zelfs monniken uit de kloosters aan de rand van de Alpen vertellen, evenals de liederen uit de wonderbaarlijke anthologie 'Carmina Burana', die na eeuwen in de muur van een Benedictijner klooster werd teruggevonden. Deze liederen overschreden de grenzen van de religieuze canons omdat ze zich op een God beroepen, die integraal uit Eros bestaat en die in deze vorm niet in de Kerk geduld wordt. In mijn toneelstuk moest de Kerk een vrije ruimte worden, vrij naar Bachtin: "Waarin alle schepsels en alle verschijningen van hemel en aarde een hymne aan de liefde zouden zingen". De spil van dit toneelstuk was het wisselspel tussen het koor en de protagonisten. Het koor zingt hymnen aan de liefde en de acteurs, de protagonisten stellen die met hun lichaam (dans), gebaren, emoties en stemmen ter discussie (acting out). Al zingend, in kunstig geweven toonladders, naderen zij elkaar, om zich vervolgens weer van elkaar te verwijderen. Dit nader komen tot elkaar en van elkaar weggaan is ťťn van de oudste en mooiste rituelen. Dat zijn de beginselen van het theater. Ik noem dit ritueel: "wederkerigheid" (mutuality).

Er komt in de 'Metamorfosen of de Gouden Ezel' van Apulejus een indrukwekkend fragment voor, dat de inwijding in de Isis-mysteriŽn beschrijft.In boeverre zijn jullie er in jullie werk in geslaagd tot de bronnen van de Oudgriekse mysteriŽn te geraken?

Het elfde boek van de 'Metamorfosen' is ťťn van die weinig bewaard gebleven getuigenissen van de Griekse mysteriŽn.Dat was ook de reden, waarom ik me met deze tekst bezighield. Maar er is nog een ander aspect. De Oudgriekse muziek is moeilijk en ondankbaar om gezongen te worden. Maar juist door de moeilijkheden de baas te worden, wordt een wereld van geestelijke rijkdom en grote energieŽn onthuld. Het onthult de wereld van de mysteriŽn. En de vraag stelt zich, of wij door dit werk en deze enorme inspanningen het gevoel van vreugde en geluk verkrijgen?



'Metamorfozy'

Jouw theaterwerk wordt sterk gekenmerkt door vragen over spiritualiteit. Hoe wordt dit door het publiek opgenomen?

Ik ben zopas uit de USA teruggekomen, waar ik aan enkele universiteiten heb lesgegeven. Ik toonde de studenten films, sequenties uit onze reizen, vergaderingen en opvoeringen. Het schijnt, dat de Amerikanen de geestelijke en religieuze perspectieven nogal verloren hebben. De sfeer van de geestelijke beleving werd naar de psychoanalyticus doorgestuurd. De studenten hebben geprikkeld en tegelijk gefascineerd op onze opvoeringen gereageerd. Jammer genoeg hebben de Amerikanen een vrij triviale houding tegenover de Oost-Europese cultuur. Voor hen is spiritualiteit zoiets als een religieuze muts die de Kerk op ons hoofd heeft gezet, een resultaat van slavernij door de religieuze wereldbeschouwing en daardoor een inkrimping van de vrijheid. Ik heb hen duidelijk gemaakt, dat hetgeen wij in Gardzienice doen, in die zin ketterij is. Ons werk kenmerkt zich juist door het zoeken naar gebieden van vrijheid. Ik vroeg: "Hoe willen jullie met het probleem van de vrijheid van individu en samenleving in het reine komen, als jullie de vragen naar de transcendentie verhinderen en weggooien?" - Men kan zich niet met de problemen van de vrijheid, de maatschappelijke ordening en de moraal confronteren, zelfs niet met de vraag over gezondheid, wanneer het domein van het transcendente ontkend, uitgesloten wordt.

Kun jij je een ideale toeschouwer voor jouw producties voorstellen?

Dat is een toeschouwer die verdwaalde dieren, wilde planten en eenvoudige, ongeparfu-meerde mensen in zijn buurt aanvaardt.

Volgens mij hebben de toeschouwers tijdens de grote festivals niet bijzonder graag eenvoudige ongeparfumeerde boeren in hun buurt. In de grote wereldsteden moet de receptie toch anders zijn. Heeft de toeschouwer uit de grote stad de kans de spirituele dimensie van jullie werk op te merken?

Het is een feit, dat de voorstellingen op verschillende plaatsen op een verschillende manier worden ervaren, en dat geldt vooral voor de waarneming van hun geestelijke sfeer. Wanneer een toeschouwer naar Gardzienice komt, dan kan de gehele ruimtelijke context spirituele associaties bij hem oproepen: het witte gebouw staat op de heuvel, op de open plek tussen de bomen, in de verte ziet men archaïsche, uit hout opgetrokken hutten. In het gebouw zelf is er een theaterzaal uit rode baksteen met hoge gewelven. Rondom is er enkel stilte en concentratie. Reeds de natuur zelf en de omgeving raken iets in de ziel van de toeschouwer. Maar wanneer we de voorstellingen ergens anders tonen, dan brengen wij deze stemming met ons mee. De toneelstukken moeten een goed en stevig stuk werk zijn, ze moeten zich via het handwerk, de originele compositie en de uitvoering verdedigen. - Er bestaat het fenomeen van de zogenaamde metafysische huivering, wanneer we te maken hebben met een meesterstuk uit de kunst. Men heeft een bijzondere opmerkzaamheid nodig, een bijzondere concentratie om dit soort huivering te beleven, die door de virtuositeit van het werk wordt opgeroepen. Men moet naar zo'n meesterwerk streven.

Wat zijn de meest waardevolle ervaringen van jouw 20-jarig werk in Gardzienice?

Wij hebben op het einde van de wereld een levende plek geschapen. We tonen een bepaald theaterperspectief in het zoeken naar de artistieke relaties van de hoge en de eenvoudige cultuur. Deze weg werd door andere kunstenaars overgenomen en in talrijke dorpen in heel Polen werden theatergroepen opgericht.

Mijn allergrootste innerlijke voldoening is echter, dat we ons op deze plek, in Gardzienice, met de "Godenvragen" kunnen bezighouden. En misschien komt het als een verrassing, dat uitgerekend hier, in dit achtergeblevene, traditiebewuste poolse dorp, waar eerder fundamentalistische reacties te verwachten zouden zijn, onze "ketterse" uiteenzettingen met de goden en nu net niet met die ene God, geen agressieve reacties oproepen. In ieder geval heeft niemand ons tot nu toe van hier willen verjagen.

Interview afgenomen door Tadeusz Korna∂

Translator : Eline Robin

Theaterschrift - Utopie: spiritualiteit? - No 13 September 1998

Home